Hannah Aldridge groeide op op de modderige oevers van Muscle Shoals. Haar liedjes vinden een delicaat evenwicht tussen rebellie en zelfontdekking: platen die kalmeren als een slaapliedje en knallen als een zweep. Voor wie opgroeide in de Bible Belt klinkt haar muziek als de stem van een oude vriend. Voor wie dat niet deed: een inwijding in de duistere kant van het Zuiden, het christelijk fundamentalisme en de strijd om een toekomst te smeden op een plek die wordt achtervolgd door het verleden.
Dochter van Muscle Shoals-legende Walt Aldridge, begon ze als klassiek geschoolde pianiste. Pas begin twintig pakte ze een gitaar en gebruikte muziek om met haar demonen te worstelen. Met een stem die zowel gruizig als melodieus is, speelde ze in tien landen op drie continenten, met geprezen albums als Razor Wire, Gold Rush en het in Londen opgenomen Live in Black and White.
Ze balanceert tussen Americana en rauwe, soms elektronische noir-indiepop: muziek voor wie demonen wil confronteren zonder eraan gebonden te blijven.